Inhoudsopgave
- Kort overzicht van de oorthermometers
- Waarom een oorthermometer verschil maakt bij het bepalen van koorts
- Wat ik op de afdeling zie misgaan bij het meten met een oorthermometer
- Welk type oorthermometer gebruiken ze in het ziekenhuis, en is dat ook geschikt voor thuis?
- Hoe kies je een oorthermometer die past bij jouw situatie?
- Geschikte oorthermometers — uitgelicht
- 1. Braun ThermoScan 7 – Oorthermometer
- 2. Bintoi X200 – 3 in 1 0orthermometer
- 3. Medisana TM 750 – 2 in 1 oorthermometer
- 4. Braun ThermoScan 3 (IRT3030) – Oorthermometer
- 5. Mecura – Budgetvriendelijke oorthermometer
- Oorthermometer voor baby’s, kinderen of volwassenen: maakt dat verschil?
- Hoeveel graden moet je optellen bij een oormeting?
In het ziekenhuis hoort temperatuur meten bij de vaste controles. Samen met bloeddruk, hartslag en saturatie geeft het een beeld van hoe iemand erbij zit, ook als iemand zich nog niet ziek voelt.
Een oorthermometer wordt daarbij vaak gebruikt, simpelweg omdat het snel gaat en weinig belastend is voor de patiënt. Maar niet elke meting is even betrouwbaar, en dat geldt thuis nog sterker dan op de afdeling.
In dit artikel leg ik uit waar je op moet letten bij de aankoop van een oorthermometer, wat ik in de praktijk vaak mis zie gaan bij het meten, en welke modellen geschikt zijn voor thuisgebruik.
Kort overzicht van de oorthermometers
Wil je niet alles lezen en gewoon snel een keuze maken? Hieronder vind je de modellen die verderop in dit artikel besproken worden, met een directe link naar de actuele prijs.
Waarom een oorthermometer verschil maakt bij het bepalen van koorts
Een oorthermometer meet niet de lucht om je heen, maar de warmte die je trommelvlies afgeeft. Daar zit een infraroodsensor voor, die binnen een paar seconden een waarde teruggeeft.
Dat trommelvlies ligt vlak bij een bloedvat dat ook de hersenen voorziet. Daarom komt de temperatuur die je daar meet relatief dicht bij je kerntemperatuur, dichterbij dan wanneer je op je voorhoofd meet.
Op de afdeling gebruiken we de oorthermometer vaak juist omdat het zo weinig van een patiënt vraagt. Geen kleding uit, geen ongemak, en je hebt binnen een paar tellen een waarde. Bij iemand die net uit een operatie komt of veel pijn heeft, is dat geen klein voordeel.
Thuis werkt dat net zo. Bij een kind dat met koorts in bed ligt, is een meting via het oor minder ingrijpend dan rectaal meten.
Wat ik op de afdeling zie misgaan bij het meten met een oorthermometer
De meeste afwijkende metingen komen niet door een slecht apparaat, maar door hoe de thermometer wordt gehouden.
De sensor moet recht op het trommelvlies wijzen. Bij volwassenen trek je het oor daarvoor iets naar boven en naar achteren, zodat de gehoorgang rechter wordt. Doe je dat niet, dan meet je voor een deel de wand van de gehoorgang, en die is meestal kouder.
Oorsmeer is een andere veelvoorkomende boosdoener. Niet omdat het de sensor “blokkeert” zoals vaak wordt gedacht, maar omdat het tussen de sensor en het trommelvlies in zit en de meting daardoor lager uitvalt.
En dan is er nog iets dat bijna niemand weet: als iemand net op een oor heeft gelegen, geeft dat oor een hogere temperatuur aan. Dat is geen koorts, dat is gewoon opgehoopte warmte. Op de afdeling wachten we daarom even, of meten we aan het andere oor.
Welk type oorthermometer gebruiken ze in het ziekenhuis, en is dat ook geschikt voor thuis?
In het ziekenhuis waar ik werk, lopen twee typen oorthermometers rond. Het ene type rekent de gemeten oortemperatuur automatisch om naar een kerntemperatuur, door er 0,6 graden bij op te tellen. Het andere type laat gewoon de oortemperatuur zien, zonder die correctie.
Dat klinkt als een detail, maar in de praktijk maakt het verschil. Een meting van 37,4°C kan dus 37,4°C zijn, of eigenlijk 38°C, afhankelijk van welk apparaat er stond. Op een afdeling waar continu dezelfde patiënt wordt gevolgd, willen we daarom met één type meten, juist om die verwarring te voorkomen.
Voor thuis is dit minder ingewikkeld dan het lijkt. De meeste consumentenoorthermometers geven gewoon de gemeten temperatuur, zonder kerntemperatuur-omrekening. Zolang je steeds met hetzelfde apparaat meet, en je weet dat de uitslag een oortemperatuur is en niet automatisch je kerntemperatuur, kun je de waarden onderling goed vergelijken.
Wat ook helpt: een meting via het oor heeft sowieso een foutmarge van ongeveer een halve graad, vooral door hoe de thermometer in het oor zit. Dat is geen reden om aan het apparaat te twijfelen. Het is een reden om bij twijfel gewoon nog een keer te meten.
Hoe kies je een oorthermometer die past bij jouw situatie?
Niet elke oorthermometer is gemaakt voor hetzelfde gebruik. Voor een gezin met jonge kinderen wegen andere dingen zwaarder dan voor iemand die alleen af en toe wil checken of er koorts opkomt.
Nauwkeurigheid en meettechnologie
De basis is bij vrijwel alle oorthermometers hetzelfde: een infraroodsensor die de warmte van het trommelvlies meet.
Het verschil zit in de details. Sommige modellen verwarmen de meetpunt voor, zodat een koude thermometer de meting niet kunstmatig laat dalen. Andere modellen nemen meerdere metingen achter elkaar en geven het gemiddelde, wat kleine afwijkingen door positionering wat opvangt.
Functies die de leeftijd van de gebruiker meenemen bij het bepalen van de koortsgrens, kunnen handig zijn in een gezin met zowel baby’s als volwassenen. Let er bij dat soort functies wel op dat ze de instelling is, niet een garantie dat de meting zelf nauwkeuriger wordt.
Gebruiksgemak en display
’s Nachts een huilende baby wakker maken om de temperatuur te meten, is niet ideaal. Een verlicht of dimbaar display, en eventueel een stille modus zonder pieptoon, maken zo’n meting minder ingrijpend.
Een kleurcodering op het scherm, bijvoorbeeld groen voor normaal en rood voor koorts, geeft in één oogopslag een indruk. Belangrijk om te beseffen: dat is een interpretatie die het apparaat erbovenop legt, niet een extra meting. De waarde zelf blijft de oortemperatuur.
Hygiëne
Veel oorthermometers werken met wegwerphoesjes voor de meetpunt. Dat is vooral relevant als meerdere mensen in huis dezelfde thermometer gebruiken, denk aan een gezin met kinderen die alle drie verkouden zijn.
Andere modellen werken zonder hoesjes en moeten na gebruik schoongemaakt worden met een doekje, vaak met alcohol. Dat is geen probleem, maar vraagt wel dat je het ook echt elke keer doet. Een vervuilde lens geeft net zo goed een onjuiste meting als een verkeerd geplaatste thermometer.
Geheugenfunctie en extra meetmodi
Een geheugenfunctie die de laatste metingen opslaat, is vooral nuttig als je een verloop wilt volgen. Zakt de temperatuur na de paracetamol, of loopt die juist weer op? Dat zie je dan in een paar tikken terug, in plaats van dat je het zelf moet opschrijven.
Sommige oorthermometers meten ook de temperatuur van een voorwerp, zoals een flesje melk of badwater. Leuke extra, maar voor de hoofdfunctie (lichaamstemperatuur meten) maakt het geen verschil.
Geschikte oorthermometers — uitgelicht
Hieronder zet ik een paar modellen naast elkaar die in de praktijk goed worden beoordeeld, van budgetvriendelijk tot een model dat ook in de zorg wordt gebruikt. Per model bespreek ik waar het wel en niet goed in is, zodat je kunt kiezen op basis van wat voor jouw situatie telt.
1. Braun ThermoScan 7 – Oorthermometer
Dit is het type oorthermometer dat je in veel huisartsenpraktijken en ziekenhuizen tegenkomt, en dat is geen toeval. De tip wordt voorverwarmd, waardoor een koud apparaat de meting niet kunstmatig laat dalen, iets wat bij goedkopere modellen nog wel eens voorkomt.
Wat dit model onderscheidt, is de technologie die controleert of de thermometer goed in het oor staat voordat de meting wordt vastgelegd. Voor ouders die ’s nachts half slaperig de temperatuur van een huilende baby meten, is dat een verschil dat je merkt: minder kans op een meting die “iets te laag” is omdat de sensor net niet goed gericht stond.
Het scherm geeft de uitslag weer met een kleurindicatie die rekening houdt met de leeftijd van degene bij wie je meet. Handig in een huishouden met zowel een baby als volwassenen, al blijft het natuurlijk een interpretatie boven op de meting, niet een extra meetmethode.
2. Bintoi X200 – 3 in 1 0orthermometer
Dit model is eigenlijk drie thermometers in één: oor, voorhoofd en een modus om de temperatuur van een voorwerp te meten, zoals een flesje melk of badwater. Voor gezinnen met een baby is dat laatste verrassend vaak nuttig, ook al heeft het niets met koorts te maken.
De stille modus en nachtverlichting maken dit een prettige keuze voor ’s nachts. Je hoeft het apparaat niet te laten piepen om te zien dat de meting klaar is, en het scherm licht zelf op.
De kleurcodering op het scherm (groen, oranje, rood) geeft in één oogopslag een indruk van de uitslag. Net als bij andere modellen met deze functie geldt: dat is een interpretatie boven op de meting, de onderliggende temperatuur blijft hetzelfde getal.
Geschikt vanaf de geboorte volgens de fabrikant, al blijft voor baby’s tot 3 maanden een rectale meting de betrouwbaarste keuze als het echt om koorts vaststellen gaat.
3. Medisana TM 750 – 2 in 1 oorthermometer
De Medisana TM 750 is in basis een voorhoofdthermometer, maar door het kapje te verwijderen kun je hem ook als oorthermometer gebruiken. Voor wie liever niet kiest, of wil kunnen wisselen tussen meetmethoden afhankelijk van de situatie (bijvoorbeeld voorhoofd bij een slapend kind, oor voor een nauwkeurigere check), is dat een praktisch verschil.
Net als de andere modellen in dit overzicht slaat de Medisana TM 750 eerdere metingen op, in dit geval de laatste 30. De koppeling met een app is een leuke extra, maar voor de meting zelf maakt het geen verschil: het apparaat meet hetzelfde, of je het nu afleest op het scherm of op je telefoon.
De extra meetmodi voor omgeving, vloeistoffen en oppervlakken zijn vooral handig buiten het ziekteverloop om, denk aan het checken van de temperatuur van flesvoeding. Voor de hoofdfunctie, koorts meten, is dit een nuttige bijkomstigheid, niet de kern.
Eén ding om in gedachten te houden: bij het wisselen tussen voorhoofd- en oormeting meet je in feite twee verschillende dingen. Een waarde die je via het voorhoofd hebt opgevangen, is niet zomaar te vergelijken met een waarde die je via het oor meet. Blijf voor het volgen van een verloop bij voorkeur bij dezelfde methode.
4. Braun ThermoScan 3 (IRT3030) – Oorthermometer
Dit is de eenvoudigere broer van de ThermoScan 7: geen leeftijdsinstelling of voorverwarmde tip, maar wel hetzelfde Braun-fabricaat dat je in veel praktijken tegenkomt.
De meting gaat snel, binnen een seconde, en het resultaat wordt aangegeven met piepjes: één pieptoon voor een normale temperatuur, meer pieptonen bij verhoging of koorts. Voor wie liever niet op een klein schermpje hoeft te turen, is dat een prettige toevoeging, al blijft het verstandig om ook gewoon de waarde af te lezen in plaats van alleen op het geluid te vertrouwen.
Geschikt voor pasgeborenen, volgens de fabrikant. Houd er rekening mee dat bij baby’s tot 3 maanden een rectale meting nog altijd de betrouwbaarste optie is als het echt om het vaststellen van koorts gaat; een oormeting kan hier wel als eerste indicatie dienen.
De wegwerplensfilters zijn BPA- en latexvrij, prettig in een gezin waar meerdere mensen dezelfde thermometer gebruiken.
5. Mecura – Budgetvriendelijke oorthermometer
Deze thermometer combineert oor- en voorhoofdmeting, met een meting binnen één seconde. De kleurindicatie (groen, oranje, rood) geeft een snel overzicht, maar zoals eerder in dit artikel: dat is een interpretatie boven op de meting, niet een extra controle.
Wat dit model onderscheidt is de externe validatie door TÜV, met een opgegeven nauwkeurigheid van ±0,2°C. Dat is een onafhankelijke toets, wat net iets meer zegt dan een fabrikantclaim alleen, al blijft ook hier gelden dat de praktische foutmarge bij een oormeting vooral wordt bepaald door hoe je het apparaat plaatst.
De stille modus is fijn voor ’s nachts: je kunt contactloos op het voorhoofd meten zonder geluid, zodat een slapend kind niet wakker schrikt. Voor een check tijdens ziekte is de oormeting de nauwkeuriger keuze; voorhoofd is vooral handig als je liever niet aanraakt.
Het geheugen voor 40 metingen is ruim, en de extra modus voor flesvoeding en badwater is praktisch in een gezin met een baby, ook als dat los staat van koorts meten.
Oorthermometer voor baby’s, kinderen of volwassenen: maakt dat verschil?
Voor baby’s tot 3 maanden raden artsen een oorthermometer af. Niet omdat het apparaat dan plotseling onbetrouwbaar wordt, maar omdat de gehoorgang op die leeftijd nog te klein en te smal is om de sensor goed op het trommelvlies te richten. Een rectale meting is op die leeftijd de enige die je kunt vertrouwen.
Vanaf een paar maanden oud verandert dat. De gehoorgang is dan groter, en met de juiste techniek (oor naar achteren en iets naar boven trekken) kun je een redelijk betrouwbare meting krijgen. Voor ouders die meerdere keren per dag willen meten bij een ziek kind, is dat een groot voordeel: je maakt je kind niet wakker en niet extra van streek met een rectale meting.
Bij volwassenen speelt vooral iets anders: gewenning. Wie weet hoe zijn of haar eigen “normale” oortemperatuur aanvoelt, herkent een afwijking sneller. Bij iemand die voor het eerst met een oorthermometer meet, kan een op zichzelf normale waarde verwarrend aanvoelen, simpelweg omdat er geen referentie is.
Voor ouderen geldt soms een extra punt van aandacht: bij sommige mensen verandert de gehoorgang door de jaren heen, bijvoorbeeld door meer oorsmeer of een andere vorm. Dat kan de meting beïnvloeden, ook als het apparaat zelf goed werkt.
Hoeveel graden moet je optellen bij een oormeting?
Dit is een van de meest gestelde vragen, en het korte antwoord is: bij de meeste thermometers voor thuisgebruik, niets.
De verwarring komt voort uit het feit dat een oortemperatuur van nature iets lager ligt dan je kerntemperatuur, het verschil daartussen is ongeveer 0,6 graden. Sommige apparaten (vooral professionele modellen) rekenen dat automatisch om en laten een gecorrigeerde waarde zien. De meeste oorthermometers die je thuis gebruikt, doen dat niet, en laten gewoon de gemeten oortemperatuur zien.
Het probleem ontstaat als je zelf nog een keer een graad gaat optellen “om het te corrigeren”, terwijl het apparaat dat al voor je deed. Dan reken je twee keer, en lijkt iemand plotseling veel meer koorts te hebben dan eigenlijk het geval is.
Mijn advies: kijk in de handleiding van je thermometer of er staat of de weergegeven waarde een oortemperatuur of een lichaamstemperatuur is. Staat dat er niet bij, ga er dan vanuit dat het de oortemperatuur is, en reken zelf niets bij. Houd je vervolgens consequent aan dezelfde drempel: vanaf 38°C wordt over koorts gesproken, ook als dat strikt genomen om een oortemperatuur gaat.
Wat wel helpt: blijf bij hetzelfde apparaat. Een thermometer die altijd 0,2 graden lager meet dan een andere, is niet per se onnauwkeurig, zolang je consistent met diezelfde thermometer vergelijkt.
Titelfoto: Marta Branco – Pexels
Verkrijgbaar bij
Verkrijgbaar bij
Verkrijgbaar bij
Verkrijgbaar bij
Verkrijgbaar bij
Verkrijgbaar bij
Delen:
Over de auteur: Carla
Mijn naam is Carla, verpleegkundige en werkzaam in een ziekenhuis, waar ik dagelijks betrokken ben bij de zorg voor patiënten in een klinische setting. Met meer dan 20 jaar ervaring in het ziekenhuis weet ik hoe belangrijk praktische kennis en hulpmiddelen zijn die écht werken tijdens lange en soms drukke diensten.
Op Nursepoint.nl deel ik mijn inzichten over werken in de zorg, verpleegkundige opleidingen, loopbaanontwikkeling en praktische hulpmiddelen. Mijn artikelen zijn gebaseerd op eigen ervaring, actuele praktijkkennis en een nuchtere kijk op het verpleegkundig vak.
Sommige links zijn affiliate links. Dit betekent dat NursePoint.nl een commissie kan ontvangen wanneer via zo’n link een aankoop wordt gedaan, zonder extra kosten voor de bezoeker. Deze vergoeding heeft geen invloed op de inhoud, beoordeling of onafhankelijkheid van de gepubliceerde informatie.
De informatie op Nursepoint.nl is bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel of medisch advies.





