In het ziekenhuis kom ik overgewicht zelden als hoofddiagnose tegen. Maar ik kom het wel bijna overal tegen. Bij de patiënt die na een knieoperatie moeilijk op gang komt. Bij iemand die voor een darmonderzoek komt en waarbij het bloedprikken lastig is vanwege de conditie van de aderen. Bij degene die nacht na nacht slecht slaapt zonder te weten waarom.
Overgewicht is een aandoening die je als verpleegkundige ziet meespelen bij van alles, en die tegelijk zelden het gesprek domineert. Terwijl het er wél toe doet. Niet omdat je er altijd iets mee kunt op dat moment, maar omdat begrijpen wat er in het lichaam gebeurt je helpt om betere zorg te geven.
Dit artikel gaat over wat overgewicht is, wat het doet met het lichaam en wanneer het tijd is om hulp te zoeken.
Wat is overgewicht en wat is obesitas?
De grens wordt bepaald aan de hand van de BMI, de Body Mass Index. Die bereken je door je gewicht in kilo’s te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Een BMI tussen 25 en 30 geldt als overgewicht. Boven de 30 spreken we van obesitas, ook wel ernstig overgewicht.
Die grens klinkt helder, maar in de praktijk gebruik je de BMI als oriëntatiepunt, niet als absolute waarheid. Iemand met veel spiermassa kan een hoge BMI hebben zonder gezondheidsproblemen. Iemand met een BMI net onder de 25 maar met veel buikvet kan wél een verhoogd risico lopen.
Daarom kijken artsen en verpleegkundigen ook naar de buikomvang. Vet dat zich rondom de buikorganen ophoopt, visceraal vet, gedraagt zich anders dan vet onder de huid. Het geeft meer ontstekingsstoffen af en heeft meer invloed op het risico op ziekten. Voor vrouwen geldt een grenswaarde van 88 centimeter, voor mannen 102 centimeter.
In 2023 had ruim de helft van alle Nederlanders vanaf 20 jaar overgewicht. Bijna 16 procent had obesitas, bijna drie keer zoveel als begin jaren tachtig. Dat zijn geen abstracte getallen. Dat zijn mensen die je elke dag ziet.
Waarom ontstaat overgewicht?
De vereenvoudigde uitleg is dat je meer calorieën binnenkrijgt dan je verbrandt. Maar dat verklaart weinig over waarom dat bij de ene persoon wel en bij de andere niet gebeurt, en waarom afvallen zo moeilijk vol te houden is.
In de praktijk gaat het om een combinatie van factoren.
Leefstijl speelt een rol: te weinig bewegen, slaapgebrek, stress, ongezond eten. Maar ook de omgeving telt mee. Mensen met financiële problemen, eenzaamheid of een werk zonder vaste structuur zijn vaker kwetsbaar voor gewichtstoename. Dat is geen karakterkwestie. Dat is hoe mensen onder druk functioneren.
Medicijnen zijn een onderschatte oorzaak. Antidepressiva, corticosteroïden, antipsychotica en sommige bloeddrukverlagers kunnen gewichtstoename als bijwerking hebben. Als ik iemand zie die in korte tijd veel aankomt, is dat altijd een van de eerste dingen die ik in het achterhoofd houd.
Hormonale factoren, zoals een traag werkende schildklier of insulineresistentie, kunnen het moeilijker maken om op gewicht te blijven. En genetische aanleg bepaalt mede hoe het lichaam met voedsel omgaat.
Een ding vind ik in de zorg nog steeds te weinig benoemd: het stigma. Mensen met overgewicht krijgen soms minder tijd, minder onderzoek en meer aannames dan andere patiënten. Dat is niet goed, en het werkt behandeling ook tegen. Wie zich beoordeeld voelt, zoekt minder snel hulp.
Wat overgewicht doet met je lichaam
Het lichaam past zich aan aan extra gewicht. Soms jarenlang, zonder dat je er veel van merkt. Maar onder de oppervlakte veranderen er dingen.
Buikvet is niet passief. Het geeft stoffen af die laaggradige ontstekingen veroorzaken. Die ontstekingen beschadigen op den duur bloedvaten, verstoren de hormoonbalans en maken cellen minder gevoelig voor insuline. Dat vergroot het risico op diabetes type 2, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.
De gewrichten merken het ook. Knieën en heupen dragen bij overgewicht structureel meer belasting dan waarvoor ze zijn gemaakt. Dat versnelt slijtage en geeft eerder klachten.
Slaapapneu zie ik in het ziekenhuis regelmatig voorkomen bij mensen met obesitas. Vetophoping rondom de keel en in de borstkas belemmert de ademhaling tijdens het slapen. Dat levert niet alleen vermoeidheid op, maar ook een verhoogde belasting voor het hart.
Naast de lichamelijke gevolgen zijn er psychische. Depressie, een laag zelfbeeld en sociale terugtrekking komen vaker voor bij mensen met overgewicht. Dat verband werkt ook de andere kant op: psychische klachten kunnen gewichtstoename in de hand werken. Het zijn geen losse problemen.
Wat gebeurt er in het ziekenhuis bij obesitas?
Niet iedereen met overgewicht komt in het ziekenhuis terecht vanwege het gewicht zelf. Maar bij obesitas, zeker bij een BMI boven de 35 of 40, is er vaak wel een zorgtraject.
Dat begint bijna altijd bij de huisarts. Die kan doorverwijzen naar een gecombineerde leefstijlinterventie, ook wel GLI. Dat is een programma waarbij je begeleiding krijgt van een diëtist, fysiotherapeut en gedragscoach. Het duurt minimaal twee jaar en is gericht op duurzame verandering, niet op snel afvallen.
Als de GLI onvoldoende resultaat geeft, kan medicatie worden overwogen. GLP-1-agonisten, zoals semaglutide, worden de laatste jaren vaker ingezet bij obesitas. Ze remmen het hongergevoel en vertragen de maagontlediging. Ze worden onder strikte voorwaarden vergoed.
Bij ernstige obesitas kan een bariatrische operatie worden overwogen. Dat is een maagverkleining of een gastric bypass. Wie in aanmerking komt, doorloopt eerst een uitgebreide screening waarbij ook een verpleegkundige, psycholoog en diëtist betrokken zijn.
Wat ik in de praktijk zie: het traject vraagt veel van mensen. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal. De begeleiding na een operatie is intensief, en de veranderingen zijn ingrijpend. Dat vraagt om zorgverleners die verder kijken dan het gewicht alleen.
Wat kun je zelf doen?
Afvallen begint niet met een dieet. Het begint met inzicht in wat er nu eigenlijk gebeurt.
Je gewicht bijhouden is een van de eenvoudigste manieren om dat inzicht te krijgen. Niet om dagelijks te controleren, maar om over langere tijd een patroon te zien. Een betrouwbare weegschaal helpt daarbij. Niet de duurste, maar wel een die consistent meet en die je op een vaste ondergrond gebruikt. Als je wilt weten welke weegschalen dat zijn, lees dan ook ons artikel over digitale personenweegschalen.
Verder gaat het om kleine, houdbare stappen. Meer bewegen zonder meteen te sporten. Iets minder suiker zonder alles te verbieden. Eerder naar bed. Dat klinkt minder indrukwekkend dan een intensief schema, maar het houdt langer stand.
Als je merkt dat het niet lukt om zelf verandering aan te brengen, is dat geen falen. Het is een signaal dat je meer ondersteuning nodig hebt dan wilskracht alleen.
Wanneer ga je naar de huisarts?
Ga naar de huisarts als je BMI 30 of hoger is, zeker als je ook klachten hebt zoals vermoeidheid, kortademigheid bij inspanning of gewrichtspijn.
Ook als je buikomvang boven de grenswaarden zit, is het zinvol om dat te bespreken. Niet omdat een gesprek het probleem oplost, maar omdat een arts kan beoordelen of er onderliggende oorzaken zijn en of je in aanmerking komt voor begeleiding via een GLI.
Als je eerder serieuze pogingen hebt gedaan om af te vallen en dat niet is gelukt, is dat reden genoeg om hulp te vragen. Je hoeft het niet opnieuw alleen te proberen.
Wat ik je wil meegeven
Overgewicht is ingewikkelder dan het eruitziet. Het is geen kwestie van discipline alleen, en het verdwijnt ook niet met één goede aanpak. Wat ik in mijn werk merk, is dat mensen het meeste hebben aan zorgverleners die naar het geheel kijken. Naar het gewicht, maar ook naar wat eronder zit.
Als je twijfelt of je gewicht een zorgpunt is: dat is precies de vraag om te stellen aan je huisarts. Niet om bevestiging te zoeken, maar om samen te kijken wat er nodig is.
Titelfoto: SHVETS production – Pexels
Delen:
Over de auteur: Carla
Mijn naam is Carla, verpleegkundige en werkzaam in een ziekenhuis, waar ik dagelijks betrokken ben bij de zorg voor patiënten in een klinische setting. Met meer dan 20 jaar ervaring in het ziekenhuis weet ik hoe belangrijk praktische kennis en hulpmiddelen zijn die écht werken tijdens lange en soms drukke diensten.
Op Nursepoint.nl deel ik mijn inzichten over werken in de zorg, verpleegkundige opleidingen, loopbaanontwikkeling en praktische hulpmiddelen. Mijn artikelen zijn gebaseerd op eigen ervaring, actuele praktijkkennis en een nuchtere kijk op het verpleegkundig vak.
Sommige links zijn affiliate links. Dit betekent dat NursePoint.nl een commissie kan ontvangen wanneer via zo’n link een aankoop wordt gedaan, zonder extra kosten voor de bezoeker. Deze vergoeding heeft geen invloed op de inhoud, beoordeling of onafhankelijkheid van de gepubliceerde informatie.
De informatie op Nursepoint.nl is bedoeld ter algemene informatie en vervangt geen professioneel of medisch advies.
